Fijn nieuws voor je examen: de regels voor het mbo-rekenexamen werken. Sinds 2022 geldt er een nieuw systeem, en de cijfers spreken voor zich. Waar vroeger nog maar 38 procent van de studenten een voldoende haalde, is dat nu gestegen naar 89 procent. Dat is een groot verschil.
Wat is er veranderd? Je school bepaalt nu zelf hoe het rekenexamen eruit ziet – het is een instellingsexamen. Dat betekent dat de toets beter aansluit bij wat je in je opleiding leert. Je krijgt niet zomaar een standaard test voorgeschoteld, maar iets dat past bij jouw richting. Daarnaast kun je het examen op een moment nemen dat voor jou uitkomt, en je hebt meerdere pogingen.
Dit heeft gevolgen voor jou als student. Ten eerste: je bent niet alleen met je voorbereiding. De meeste studenten halen het nu de eerste keer, of in ieder geval binnen drie pogingen. Ten tweede: je leraar kent het stof dat je moet kennen beter dan wie ook, omdat hij of zij zelf bepaalt wat erin komt. Je kunt dus gericht oefenen.
Belangrijk is wel: dit hoge slaagpercentage betekent niet dat je niets hoeft te doen. Het betekent dat het systeem eerlijker en haalbaar is geworden. Jij moet nog steeds je best doen en oefenen. Maar je doet het met een systeem dat in jouw voordeel werkt.
Mini-oefening: Kijk eens naar een kassabon van een boodschappenwinkel. Kun jij de korting berekenen als er één artikel 15 procent korting krijgt? Of kun je uitrekenen hoeveel je in totaal betaalt? Dit soort rekenen uit het echte leven is vaak onderdeel van het examen.
Bronnen: OCW in cijfers, Bureau-ICE