← Terug naar Rekenmaatje

maandag 3 augustus 2026

Stel: je collega in Barcelona stuurt je om 14:00 uur een berichtje en jij zit in Nederland. Hoe laat is het voor hem? Dit soort vragen komen regelmatig voorbij op het rekenexamen en het is makkelijker dan het lijkt — als je de juiste aanpak kent.

Waarom is dit handig? Werkgevers verwachten dat je kunt rekenen met tijdsverschillen. Of je nu met internationale klanten werkt, een trein boekt naar het buitenland of een video-call inplant met een team in een ander land: je moet snel kunnen zien hoe laat het daar is. Op het rekenexamen test men of je logisch kunt nadenken en getallen correct kunt optellen of aftrekken in een praktische context.

Hoe werkt het?

De basisregel is eenvoudig: zoek het tijdsverschil op tussen de twee plekken en tel dat erbij op of trek het eraf. Nederland ligt bijvoorbeeld een uur voor op Spanje (in wintertijd). Als het in Nederland 14:00 uur is, dan is het in Barcelona 13:00 uur — je trekt 1 uur af.

Let op: zomer- en wintertijd kunnen het verschil veranderen. In de zomer staat Nederland ook een uur voor op Spanje, maar andere landen schakelen op ander momenten over. Controleer altijd welke periode het is.

Praktijkvoorbeeld

Je werkt bij een exportbedrijf. Het is nu wintertime. Je bent in Amsterdam (12:30 uur) en je moet een afspraak maken met een klant in New York. New York staat 6 uur achter op Nederland.

Stap 1: Neem je lokale tijd: 12:30 uur.

Stap 2: Trek 6 uur af, want New York is achter: 12:30 − 6:00 = 06:30 uur.

Stap 3: Het is in New York dus 06:30 uur 's ochtends. Dat is erg vroeg voor een afspraak!

Wanneer je het getalsmatig aanpakt en stap voor stap werkt, gaat het vanzelf beter.

Nu jij

Je bent in Dublin (14:15 uur, wintertijd). Dublin staat 1 uur achter op Nederland. Hoe laat is het in Nederland? Antwoord: 15:15 uur.