← Terug naar Rekenmaatje

zaterdag 8 augustus 2026

Wat gebeurt er als je ineens voor twee keer zoveel mensen moet koken en je hebt maar één recept voor vier personen? De angst slaat toe: moet ik alles schatten, of kan dit echt precies? Het goede nieuws is dat verhouding vergroten een stukje cake is – letterlijk – zodra je de truc eenmaal snapt.

Deze vaardigheid is belangrijk voor je rekenexamen omdat je ermee aantoont dat je goed met verhoudingen kunt omgaan. In de praktijk kom je het voortdurend tegen: recepten aanpassen, ingrediënten voor meer mensen berekenen, of zelfs hoeveelheden materiaal voor een groter project bepalen. Het is dus niet alleen nuttig voor je toets, maar ook echt handig in het echte leven.

Hoe vergroten je verhoudingen?

Het principe is simpel: alle hoeveelheden vermenigvuldig je met dezelfde factor. Die factor bepaal je door te kijken hoeveel groter (of kleiner) je aantal moet worden.

Stel je hebt een recept voor 4 personen, maar je moet het voor 10 personen maken. Dan is je factor:

Factor = 10 ÷ 4 = 2,5

Dit betekent: alles moet 2,5 keer zo veel worden.

Volledig uitgewerkt voorbeeld

Neem aan dat een recept voor 4 personen bevat:

• 200 gram bloem
• 100 milliliter melk
• 4 eieren
• 50 gram boter

Je wilt dit voor 10 personen maken. Je factor is 10 ÷ 4 = 2,5.

Nu vermenigvuldig je alles met 2,5:

• Bloem: 200 × 2,5 = 500 gram
• Melk: 100 × 2,5 = 250 milliliter
• Eieren: 4 × 2,5 = 10 eieren
• Boter: 50 × 2,5 = 125 gram

Klaar! Voor 10 personen heb je nu 500 gram bloem, 250 milliliter melk, 10 eieren en 125 gram boter nodig.

De truc

Let op: bepaal je factor altijd zo: (aantal waarvan je wilt) ÷ (oorspronkelijk aantal). Dat is de enige stap waar veel mensen struikelen. Daarna is het gewoon keer nemen, niets meer.

Oefening voor jou

Je hebt een recept voor 6 personen met 180 gram suiker. Je moet hetzelfde gerecht voor 9 personen maken. Hoeveel gram suiker heb je nodig?

Antwoord: Factor = 9 ÷ 6 = 1,5. Suiker: 180 × 1,5 = 270 gram.

Alle blogposts →