← Terug naar Rekenmaatje

maandag 10 augustus 2026

Veel mensen denken dat rente gewoon rente is – je zet geld weg, je krijgt elk jaar hetzelfde bedragje erbij, klaar. Maar zo werkt het niet altijd. En zodra je beseft wat het verschil is tussen enkelvoudige en samengestelde rente, snap je ook waarom spaarplannen zo anders kunnen uitpakken.

Waarom is dit belangrijk voor je rekenexamen?
Renteopgaven verschijnen regelmatig op de toets en meestal gaat het om samengestelde rente – precies omdat het lastig is om goed na te denken. Als je de truc eenmaal doorhebt, worden deze opgaven veel minder eng. Plus: in het echte leven werkt rente bijna altijd samengesteld. Banken en spaarrekeningen doen het zo. Dus het is nuttig om dit goed te snappen.

Het verschil in een notendop
Bij enkelvoudige rente krijg je elk jaar rente over dezelfde startsom. Die rente wordt niet opgeteld bij je kapitaal.
Bij samengestelde rente krijg je elk jaar rente over het bedrag dat je op dat moment hebt staan – dus ook over de rente van vorige jaren. Dat bedrag groeit daarom sneller.

Hoe reken je het uit?
Het sleutelwoord is: je werkt steeds met het nieuwe bedrag. Je vermenigvuldigt niet gewoon de percentages – dat klopt niet.
Formule voor samengestelde rente: Nieuw bedrag = Oud bedrag × (1 + rentepercentage ÷ 100)
Dit doe je voor elk jaar opnieuw.

Praktijkvoorbeeld
Neem aan dat je 1000 euro op een spaarrekening zet met 5% samengestelde rente per jaar. Hoeveel heb je na 3 jaar?

Jaar 1: 1000 × (1 + 5÷100) = 1000 × 1,05 = 1050 euro
Jaar 2: 1050 × 1,05 = 1102,50 euro
Jaar 3: 1102,50 × 1,05 = 1157,625 ≈ 1157,63 euro

Je ziet het: elk jaar reken je met het nieuwe totaal. De rente van jaar 1 (50 euro) helpt al mee om in jaar 2 rente te verdienen. Daarom heet het samengesteld.

Je mini-oefening
Je zet 500 euro in met 4% samengestelde rente per jaar. Hoeveel heb je na 2 jaar?
(Antwoord: 540,80 euro)

Alle blogposts →