← Terug naar Rekenmaatje

zaterdag 22 augustus 2026

Hoe zit het eigenlijk met die kleine muntjes? In het echte leven kom je ze tegen bij de kassa en op de rekentoets ook. Afronden van geldbedragen is een veel voorkomende vaardigheid, zeker wanneer je met contante betalingen werkt of met kasboeken werkt in een bedrijf. Het lijkt eenvoudig, maar de regels zijn preciezer dan je misschien denkt.

Waarom afronden op 5 cent?

In Nederland wordt contant geld afgerond op 5 cent, omdat munten van 1 en 2 cent niet meer in omloop zijn. Dat betekent dat bedragen eindigen op 0, 5 of 10 tiende van een cent. Een prijs van €13,42 wordt €13,40 en een prijs van €13,43 wordt €13,45. Het gaat erom dat je naar het dichtstbijzijnde vijfvoudige afrondt.

Hoe werk je dit stap voor stap?

Kijk naar het dubbeltje (de tiende van een cent). Is het 0, 1, 2, 3 of 4? Dan rond je af naar beneden (naar het laagste vijfvoud). Is het 5, 6, 7, 8 of 9? Dan rond je af naar boven (naar het volgende vijfvoud).

Een praktijkvoorbeeld

Je werkt in een winkel en een artikel kost €47,63. Hoe rond je af?

Stap 1: Kijk naar het dubbeltje. Het getal eindigt op 63 cent.

Stap 2: Fokus op die 3 (het dubbeltje). Dit is 3, dus dit valt in de groep 0–4.

Stap 3: Je rondt naar beneden af naar 60 cent.

Antwoord: €47,60

Nog een voorbeeld: €8,37. De 7 valt in de groep 5–9, dus je rondt naar boven af naar 40 cent. Antwoord: €8,40

Waarom is dit belangrijk voor je toets?

Op het rekenexamen kunnen vragen voorkomen waarbij je een eindresultaat moet afronden op cent of op 5 cent. Als je deze regel niet kent, verlies je punten op een verder correct berekende opgave. Het is daarom waard om dit automatisme goed in je vingers te hebben.

Zelf oefenen

Een klant betaalt €25,58 contant. Op welk bedrag rond je af?

Antwoord: €25,60 (de 8 hoort bij 5–9, dus naar boven afronden naar 60 cent)

Alle blogposts →